Pilootprojecten voor de primaire preventie van burn-out – Selectie in 2026

Image
Drie breins met batterij die  zich ontladen

Van 1 maart tot en met 31 mei 2026 kunnen ondernemingen of sectoren op de website van de Nationale Arbeidsraad via elektronische weg aanvragen indienen voor het verkrijgen van een subsidie ter ondersteuning van een pilootproject voor de preventie van burn-out op het werk.

De pilootprojecten zijn een initiatief van de sociale partners, dat tot stand kwam in het kader van de uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2017-2018 en in nauwe samenwerking met de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

Ze zijn bedoeld om de toepassing van een operationele aanpak te ondersteunen die aangepast is aan de arbeidswereld en die met verschillende aspecten rekening houdt om primaire preventie te realiseren en zo het optreden van burn-out te vermijden.

Het is de bedoeling om performante en werkbare arbeidsorganisaties aan te moedigen die de motivatie van de werknemers kunnen bevorderen en versterken.

Hieronder vindt u informatie over:

  1. Wanneer een subsidieaanvraag kan worden ingediend
  2. De aanvraagprocedure
  3. De voorwaarden voor het verkrijgen van de subsidie
  4. Wie een subsidie kan krijgen
    a.  Ondernemingen
    b.  Sectoren
  5. De rol van de begeleidende organisatie/projectbegeleider
  6. De voorwaarden waaraan de begeleidende organisatie/projectbegeleider moet voldoen
  7. De manier waarop de projecten worden geselecteerd
  8. Het bedrag van de subsidie
  9. Het verdere verloop van een pilootproject
    a.  Het antwoord op de subsidieaanvraag
    b.  De duurtijd van een project
    c.  Wanneer de subsidie wordt uitbetaald
    d.  De inhoudelijke opvolging van een project

Gelieve uw bijkomende vragen uitsluitend per e-mail te sturen naar: burnout@cnt-nar.be
 

1.    Wanneer een subsidieaanvraag kan worden ingediend

De subsidieaanvragen kunnen worden ingediend vanaf 1 maart tot en met 31 mei 2026.
 

2.    De aanvraagprocedure

Als u vooraf wilt bekijken welke informatie u in het kader van de aanvraag moet verstrekken en uw antwoorden wilt voorbereiden, kunt u de onderstaande documenten raadplegen:

Aanvraagformulier voor een onderneming (pdf)
Aanvraagformulier voor een sector (pdf)

Om uw aanvraag in te dienen, vult u het elektronische formulier in via de volgende link:

Een aanvraag indienen
 

3.    De voorwaarden voor het verkrijgen van de subsidie

De criteria voor de beoordeling van de projecten voor de primaire preventie van burn-out op het werk zijn opgenomen in het koninklijk besluit van 26 november 2013.

Aan de pilootprojecten worden de volgende voorwaarden gesteld:

  1. De pilootprojecten moeten de primaire preventie van burn-out tot doel hebben.
  2. De projecten gebruiken een participatieve en multidimensionale aanpak en doen dit op een coherente, geïntegreerde wijze. Ze werken innovatief en zijn resultaatsgericht.
  3. De projecten ontwikkelen collectieve acties.
  4. De projecten doen een beroep op een deskundige projectbegeleider/begeleidende organisatie.
  5. Er mogen geen voordien al gerealiseerde acties opgezet worden, noch acties waarvoor een andere subsidie werd toegekend of acties die in de plaats komen van de wettelijk verplichte opdrachten van de preventieadviseur psychosociale aspecten, noch van de risicoanalyse inzake psychosociale risico's op het werk. De acties kunnen ook niet gefinancierd worden met preventie-eenheden.
  6. De projecten kunnen een onderzoeksproject bevatten (enkel voor een sector).

Door te klikken op elk van deze voorwaarden, vindt u er meer informatie over.
 

4.    Wie een subsidie kan krijgen

Zowel ondernemingen als sectoren kunnen een subsidie voor een pilootproject aanvragen.

a.    Ondernemingen

De aanvraag kan betrekking hebben op een project dat door één werkgever of door meerdere werkgevers gezamenlijk wordt uitgevoerd.

Alle ondernemingen die onder het toepassingsgebied van de regelgeving inzake de risicogroepen vallen, kunnen vragen om de toekenning van een subsidie voor een pilootproject waarbij het personeel de doelgroep is, ongeacht hun grootte of bedrijfssector.

De aanvragers moeten nagaan of ze onder het toepassingsgebied van de regelgeving betreffende de risicogroepen vallen.

Meer informatie is terug te vinden in de voorstelling van de regelgeving betreffende de risicogroepen van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

b.    Sectoren

De sectoren kunnen eveneens een subsidie voor een pilootproject aanvragen. Dat veronderstelt de beslissing dat het paritair (sub)comité instemt met het project. De voorzitter van het paritair (sub)comité dient een verklaring op eer toe te voegen waaruit de beslissing tot goedkeuring door het betrokken paritair (sub)comité blijkt. Deze verklaring moet een datum en de handtekening van de voorzitter bevatten.

De sectorale fondsen worden als dusdanig niet als aanvragers beoogd. Een sectoraal fonds kan in de aanvraag wel worden aangegeven als instelling die verantwoordelijk is voor het project. De subsidie zal dan rechtstreeks aan het fonds worden gestort.

Indien de aanvraag wordt ingediend door een paritair (sub)comité, wordt in de aanvraag vermeld in welke ondernemingen het pilootproject zal worden uitgevoerd. Het moet gaan om ten minste 5 ondernemingen.
 

5.    De rol van de begeleidende organisatie/projectbegeleider

De begeleidende organisatie/projectbegeleider moet het project in de verschillende mogelijke fasen ervan begeleiden: het bepalen van preventiemaatregelen, de toepassing van de maatregelen en de evaluatie ervan.

De projectbegeleider of de begeleidende organisatie geeft deskundig advies, bijstand en zorgt voor trajectbegeleiding als dusdanig.

De projectbegeleider of de begeleidende organisatie initieert processen waarbij concrete acties van primaire preventie worden opgestart of uitgevoerd.

De begeleiding van de pilootprojecten door de projectbegeleider of de begeleidende organisatie is beperkt tot primaire preventie. Het gaat dus niet om het begeleiden van werknemers die het slachtoffer zijn of dreigen te worden van burn-out, noch om hun re-integratie. Doorverwijzen of advies en informatie geven over de mogelijkheden inzake secundaire en tertiaire preventie kunnen evenwel deel uitmaken van primaire preventie.

Het gaat dus niet enkel om een loutere coaching van de werknemers en/of leidinggevenden. De uitvoering van coachingprogramma’s met het oog op veranderingen in de arbeidsorganisatie, kan natuurlijk wel tot de voorgestelde acties behoren.
 

6.    De voorwaarden waaraan de begeleidende organisatie/projectbegeleider moet voldoen

Concreet moet de projectbegeleider aantonen dat hij beschikt over een expertise en ervaring van minstens 3 jaar met betrekking tot meerdere van de volgende domeinen:

  • De arbeidsorganisatie die in het bijzonder betrekking heeft op de processen, de communicatiemiddelen, de herstructureringen, de bedrijfscultuur;
  • De arbeidsvoorwaarden die in het bijzonder betrekking hebben op het competentiemanagement, het talentmanagement, het loopbaanmanagement;
  • De arbeidsinhoud die in het bijzonder betrekking heeft op de werklast, de autonomie, het contact met derden;
  • De arbeidsomstandigheden;
  • De interpersoonlijke relaties op het werk die in het bijzonder betrekking hebben op de relaties met de leden van de hiërarchische lijn, de leiderschapsontwikkeling, de relaties tussen de werknemers.

De gevraagde expertise en ervaring moet aanwezig zijn in hoofde van de projectbegeleider of binnen de begeleidende organisatie. Enkel de expertise en ervaring voor de concrete aspecten waarop het project zal werken, is relevant. Die moet de personen betreffen die daadwerkelijk ingezet worden voor de begeleiding.

Door middel van referenties moet worden aangetoond dat een coherente en geïntegreerde, multidimensionale aanpak in de praktijk kan worden uitgevoerd, met respect voor het sociaal overleg.

Indien het gaat om samenwerking met/tussen externe partners, dient de aard en duurzaamheid van het samenwerkingsverband aangetoond te worden.

Er moet ook een beschrijving worden gegeven van de manier waarop de projectbegeleider/begeleidende organisatie beschikt over grondige kennis en ervaring inzake sociaal overleg op ondernemingsniveau. De kennis en ervaring dient aangetoond te worden met behulp van concrete feiten en voorbeelden.

 
Kan een interne preventieadviseur psychosociale aspecten/interne dienst voor preventie en bescherming op het werk aangeduid worden als projectbegeleider?
Nee, de begeleider moet een natuurlijke persoon/organisatie buiten de onderneming zijn.
 
Kan een externe preventieadviseur psychosociale aspecten/externe dienst aangeduid worden als projectbegeleider?

Ja, maar de uitvoering van de risicoanalyse komt uitdrukkelijk niet in aanmerking voor de toekenning van subsidies. Een externe dienst kan geen subsidie krijgen om die analyse in een onderneming uit te voeren.

Een externe preventieadviseur psychosociale aspecten kan daarentegen worden aangeduid als begeleider voor het opstellen van een actieplan omtrent burn-outpreventie en de begeleiding van de onderneming bij de uitvoering van het actieplan, zodra het complexiteitsniveau van de analyse niet verplicht zijn tussenkomst vereist (want dat is een wettelijk verplichte opdracht).

7.    De manier waarop de projecten worden geselecteerd 

Het budget voor de pilootprojecten bedraagt per cyclus 500.000 euro, waaronder ook de vergoeding voor de experten (maximaal 10 % van het budget) en het secretariaat van de Raad (maximaal 16 % van het budget).

Gelet op het budgettair kader en het feit dat de beweegreden van het opzetten van pilootprojecten is om te komen tot een succesvolle aanpak, kan slechts een beperkt aantal aanvragen in aanmerking worden genomen.

Voor de selectie van de aanvragen doet de Raad een beroep op onafhankelijke experten. Deze onafhankelijke experten werden gekozen omwille van hun expertise en ervaring. Ze komen uit de academische wereld en hebben praktijkervaring op het terrein.

De aanvragen worden beoordeeld op basis van de criteria die bepaald zijn in de regelgeving. Om de aanvragen op een objectieve manier te kunnen beoordelen, werd een scoringsmechanisme opgenomen in bijlagen 1 en 3 van het koninklijk besluit van 26 november 2013. Alle aanvragen worden zo gelijk behandeld en afgetoetst aan de krijtlijnen die werden vooropgesteld om innovatieve en kwaliteitsvolle projecten uit te testen.

Maximum van 25 % van het voorziene budget kan besteed worden aan projecten die door een paritair (sub)comité worden ingediend.
 

8.    Het bedrag van de subsidie

Het forfaitaire bedrag van de subsidie voor een project dat wordt ingediend door een onderneming, bedraagt 15.000 euro per project. Voor projecten die worden ingediend door een paritair (sub)comité, bedraagt het maximumbedrag van de subsidie 45.000 euro.

De subsidie wordt uitbetaald aan de aanvragende onderneming of aan de instelling die verantwoordelijk is voor het project dat werd ingediend door een paritair (sub)comité. Die onderneming of instelling is verantwoordelijk voor de betaling van de projectbegeleider.
 

9.    Het verdere verloop van een pilootproject

a.  Het antwoord op de subsidieaanvraag

De Nationale Arbeidsraad verstrekt ten laatste op 31 juli 2026 een gemotiveerd advies over de subsidieaanvragen aan de minister van Werk, die de aanvragers vóór 30 september 2026 in kennis stelt van de beslissing.

b.  De duurtijd van een project

De projecten belopen maximaal 18 maanden. Ze worden uitgevoerd vanaf 1 oktober 2026 (tot maximaal 31 maart 2028).

c.  Wanneer de subsidie wordt uitbetaald

Voor elke aanvraag die een positieve beslissing van de minister van Werk heeft ontvangen, wordt ten laatste op 30 november 2026 een eerste schijf van 50 % van het bedrag van de subsidie betaald.

Het saldo van 50 % zal ten laatste op 30 juni 2028 worden uitbetaald, op voorwaarde dat de aanvrager uiterlijk op 30 april 2028 een gedetailleerd eindevaluatieverslag, alsook een aantal financiële bewijsstukken aan de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg heeft bezorgd. Het bedrag van de subsidie wordt verminderd als de gemaakte kosten niet kunnen worden gestaafd met financiële bewijsstukken.

De financiële bewijsstukken hebben betrekking op de werkelijk gemaakte kosten. Deze kosten worden gestaafd aan de hand van facturen van de externe projectbegeleider. Er worden geen loonkosten van het eigen personeel van de aanvrager vergoed.

Indien de aanvrager de btw kan recupereren, wordt het factuurbedrag zonder btw in aanmerking genomen.

Een aanvrager kan ervoor kiezen om meer kosten te maken voor een bepaald project en zelf een deel te dragen.

Indien blijkt dat de subsidie onrechtmatig werd aangewend, kan het bedrag worden teruggevorderd en kan de aanvrager later geen subsidieaanvraag meer indienen.

d.  De inhoudelijke opvolging van een project

De begeleider bezorgt de Nationale Arbeidsraad een tussentijds evaluatieverslag wanneer hij hierom wordt gevraagd door de Nationale Arbeidsraad.

Uiterlijk op 30 april 2028 dient de aanvrager een gedetailleerd eindevaluatieverslag te bezorgen aan de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, die het aan de Nationale Arbeidsraad bezorgt.

De experten kunnen het eindevaluatieverslag controleren bij de betrokken werkgevers.

In de loop van 2028 maken de experten een syntheseverslag over aan de Nationale Arbeidsraad, die het overmaakt aan de minister van Werk. Dit syntheseverslag vat de inhoud van de eindevaluatieverslagen samen en geeft het advies van de experten over de resultaten van de projecten.

Op basis van het syntheseverslag en de resultaten van de pilootprojecten zet de Nationale Arbeidsraad zich in voor het promoten en verspreiden van goede praktijken inzake de primaire preventie van burn-out.

Gebaseerd op de ervaringen in de pilootprojecten die ondertussen zijn afgelopen, richtte de Raad op 8 november 2023 de aanbeveling nr. 30 aan de ondernemingen en de sectoren met 6 aanbevelingen voor de acties die in de ondernemingen ondernomen worden voor psychosociaal welzijn en preventie van burn-out in het bijzonder.

In het themadossier op deze website vindt u meer informatie hierover: Psychosociale risico’s waaronder burn-out.