logo-narc

NAR-CNT-Banner

logo-cntc

 

 

Perscommuniqué

 

 

 

 

De Nationale Arbeidsraad is op 22 november 2016 om 16 uur in plenaire zitting samengekomen onder het voorzitterschap van de heer P. Windey.

 

 

1. Ter wille van de rechtszekerheid voor de betrokken werkgevers en werknemers en de continuïteit van het stelsel van betaald educatief verlof voor het schooljaar 2016-2017 stemt de Raad in zijn advies nr. 2.005 in met de indexering van de bovengrens van de normale bezoldiging van de werknemer die in aanmerking komt voor de terugbetaling van de uren betaald educatief verlof, die dus op 2.815 euro wordt vastgesteld. Met het oog op een coherent stelsel van betaald educatief verlof verzoekt de Raad eveneens dat bijzondere aandacht wordt geschonken aan de problematiek van de verschillende ontwikkelingen van de twee refertebedragen, namelijk de loongrens voor werknemers (federale bevoegdheid) en het bedrag van de terugbetaling per uur aan de werkgevers (regionale bevoegdheid).

 

2.  De Nationale Arbeidsraad heeft op 22 november 2016 het rapport nr. 101 uitgebracht inzake de evaluatie van de Arbeidsrelatiewet.

 

    De Raad herinnert eraan dat hij op 26 januari 2016 het advies nr. 1.970 heeft uitgebracht inzake de evaluatie van de Arbeidsrelatiewet.

 

    In zijn advies nr. 1.970 heeft de Raad geoordeeld dat door de invoeging van een sectorale aanpak door de wet van 25 augustus 2012, de evaluatie van de Arbeidsrelatiewet, voor wat de criteria betreft, zich diende te concentreren op de genomen sectorale regelingen. Aangezien de Raad over onvoldoende informatie beschikte om die beoordeling van de sectorale regelingen te maken, heeft hij de bevoegde overheidsdienst gevraagd een aantal vragen voor te leggen aan de paritaire comités. Na ontvangst van deze antwoorden, zou de Raad zijn onderzoek voortzetten omtrent de effectiviteit van de criteria voor de beoordeling van het onderscheid tussen werknemer en zelfstandige in de Arbeidsrelatiewet.

 

    Het rapport nr. 101 dat de Raad nu uitbrengt kadert in deze werkzaamheden. De Raad gaat dieper in op de antwoorden van de paritaire comités over de Arbeidsrelatiewet en wil hierbij de aandacht vestigen op een aantal bezorgdheden van de paritaire comités. De Raad vraagt dat, met het oog op een doeltreffender aanpak van de problematiek van schijnzelfstandigen, rekening wordt gehouden met de bezorgdheden van de paritaire comités, gelet op het feit dat de sectoren het best op de hoogte zijn van de realiteit op het terrein.

Hij vraagt om op de hoogte te worden gehouden van de stappen die worden ondernomen om aan deze bezorgdheden tegemoet te komen en van de eventuele regelgevende initiatieven die in dat verband zouden worden genomen.

 

    De Raad houdt zich de mogelijkheid voor om de werkzaamheden te hervatten al naargelang het gevolg dat aan dat rapport zal worden gegeven. Hij herinnert eraan dat hij in deze problematiek een coördinerende rol wil spelen, zoals vermeld in de aanbeveling nr. 23 van 30 oktober 2012 aan de paritaire comités. Hij wenste namelijk op de hoogte te worden gebracht van de resultaten van de interne besprekingen door de paritaire comités zodat de coherentie wordt gewaarborgd in het kader van de sectorale aanpak.

 

3.  De Raad heeft ook het advies nr. 2.007 aangenomen over het rapport van de Belgische regering over het IAO-Protocol van 2014 betreffende het verdrag inzake gedwongen arbeid, 1930.

 

 

 

Blijde Inkomstlaan, 17-21 - 1040 Brussel - Tel: 02 233 88 11 - Fax: 02 233 88 59 - E-mail: cntgreffe-nargriffie@cnt-nar.be - Website: www.nar-cnt.be
Av. de la Joyeuse Entrée, 17-21 - 1040 Bruxelles - Tel: 02 233 88 11 - Fax: 02 233 88 59 - E-mail: cntgreffe-nargriffie@cnt-nar.be - Website: www.cnt-nar.be
filetc-klein