Perscommuniqué

 

 

 

De Nationale Arbeidsraad is op 24 maart 2015 om 16 uur in plenaire zitting samengekomen onder het voorzitterschap van de heer P. Windey.

 

 

1. De Raad heeft de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 98 ter gesloten tot aanpassing van de lijst van producten en diensten die met ecocheques aangekocht kunnen worden. Daarnaast heeft hij advies nr. 1.928 aangenomen, waarin hij de doelstellingen, algemene beginselen en criteria aangeeft die aan de aanpassing van de lijst ten grondslag liggen. In dat advies geeft hij ook uitleg over een aantal nieuwe categorieën en rubrieken.

 

 

De nota op de website van de Raad in de rubriek "dossiers/ecocheques" die nuttige verduidelijking en informatie verstrekt over sommige ecologische producten en diensten van de lijst, met name over labels en normen die in die lijst zijn opgenomen, en verwijst naar een aantal relevante sites, zal zo snel mogelijk worden aangepast.

 

 

2. Hij heeft zich in zijn advies nr. 1.929 uitgesproken over een ontwerp van koninklijk besluit tot uitvoering van het sociaal akkoord van 30 januari 2015 voor de periode 2015-2016 om de maximale nominale waarde van de maaltijdcheque met 1 euro te verhogen (8 euro in plaats van 7 euro), zonder dat het persoonlijke aandeel van de werknemer (d.i. 1,09 euro) stijgt.

 

 

3. De Raad heeft een positief advies nr. 1.930 uitgebracht over de voorlegging, aan het Parlement, van het protocol betreffende het IAO-verdrag nr. 29 over gedwongen arbeid en de aanbeveling nr. 203 inzake bijkomende maatregelen met het oog op de daadwerkelijke afschaffing van gedwongen arbeid. De Raad spreekt zich uit voor de ratificatie van het protocol door België. Dat protocol wil immers de strijd tegen gedwongen arbeid versterken door de lidstaten te verplichten preventie- en beschermingsmaatregelen te nemen tegen gedwongen arbeid, en de slachtoffers rechtsmiddelen en verhaalmechanismen te bieden.

 

 

4. De Raad heeft het eenparige advies nr. 1.931 uitgebracht over hoofdstuk 4 van het voorontwerp van wet houdende diverse sociale bepalingen, waarover hij door de minister van Sociale Zaken om advies werd verzocht, en waarin bepalingen zijn opgenomen tot herstelling van het sociaal statuut van de kunstenaars. In het verleden heeft hij zich uit eigen beweging gebogen over de problematiek van het sociaal statuut van de kunstenaars, omdat er in de praktijk een aantal misbruiken met dat specifieke statuut werden geconstateerd (zie de eenparige adviezen nr. 1.744 van 13 oktober 2010 en nr. 1.810 van 17 juli 2012). In het kader daarvan heeft de Raad denksporen ontwikkeld om de lacunes die hij met betrekking tot het statuut van de kunstenaar heeft vastgesteld, aan te vullen en op die manier dat statuut te consolideren.

 

 

In het onderhavige advies buigt de Raad zich vooral over twee aspecten:

 

 

Eensdeels het feit dat de bepalingen van het voorontwerp van wet snel geïmplementeerd moeten worden ter wille van de rechtszekerheid in de praktijk, door de commissie "kunstenaars, die voortaan een grote rol zal moeten spelen wat het kunstenaarsstatuut betreft, effectief in staat te stellen om haar nieuwe opdrachten te vervullen. Daarbij komt nog dat de budgettaire middelen voor de werking van de commissie "kunstenaars" snel moeten worden vastgesteld, zodat die commissie snel en effectief kan werken.


 

Anderdeels het feit dat snel werk moet worden gemaakt van de invoering van de kunstenaarskaart voor kleinschalige artistieke prestaties, in eerste instantie in papieren vorm, om een einde te maken aan bepaalde oneigenlijke praktijken inzake de kleinevergoedingsregeling, die al tien jaar bestaan.

 

 

De Raad wijst er ook op dat hij zich in een tweede fase zal buigen over alle in het statuut van de kunstenaars aangebrachte regelgevende wijzigingen die volgens de hem verstrekte informatie nog een aantal problemen kunnen blijven opleveren.

 

 

Hij herinnert er verder aan dat hij zich ertoe heeft verbonden de maatregelen die de bevoegde autoriteiten zullen uitwerken later te evalueren om de doeltreffendheid en de impact ervan, zowel in de praktijk als op budgettair vlak, te beoordelen.

 

 

5. De Raad heeft zich in zijn advies nr. 1.932 uitgesproken over een voorontwerp van wet houdende diverse sociale bepalingen, waarin diverse hoofdstukken aan verschillende materies worden gewijd (zie ook punt 4).

 

 

6. De Raad heeft ten slotte advies nr. 1.934 uitgebracht over de omzetting van de nieuwe boekhoudrichtlijn (2013/34/EU).

 

 

 

 

 

 

 

Blijde Inkomstlaan, 17-21 - 1040 Brussel - Tel: 02 233 88 11 - Fax: 02 233 88 59 - E-mail: griffie@nar-cnt.be - Website: www.nar-cnt.be
Av. de la Joyeuse Entrée, 17-21 - 1040 Bruxelles - Tel: 02 233 88 11 - Fax: 02 233 88 59 - E-mail: greffe@cnt-nar.be - Website: www.cnt-nar.be