Perscommuniqué

 

 

 

De Nationale Arbeidsraad is op 24 februari 2015 om 16 uur in plenaire zitting samengekomen onder het voorzitterschap van de heer P. Windey.

 

 

1. De Raad heeft de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 64 bis gesloten tot aanpassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 64 van 29 april 1997 tot instelling van een recht op ouderschapsverlof, om die collectieve arbeidsovereenkomst in overeenstemming te brengen met de herziene Europese raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof, zoals vervat in richtlijn 2010/18/EU van de Raad van 8 maart 2010.

 

2. De Raad heeft zich uitgesproken over een proces van vrijwillige terugkeer naar werk van personen met een gezondheidsprobleem. Er is namelijk sinds 2012 een platform opgericht bij wijze van structureel overlegkader voor de sociale gesprekspartners (Nationale Arbeidsraad) en de institutionele actoren (RIZIV, FAO, FBZ, RVA, FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg) die betrokken zijn bij dat proces. De Nationale Arbeidsraad, die een coördinerende en reflecterende rol speelt, heeft het nuttig geacht een eerste balans op te maken van de werkzaamheden van dat platform.

 

Advies nr. 1.923, dat op 24 februari is aangenomen, gaat uit van een visie die gericht is op de arbeidsverhoudingen tussen de werknemers met een gezondheidsprobleem en hun werkgever. De collega's van de werknemer spelen eveneens een essentiële rol, met wederzijdse rechten en plichten. Een geslaagde terugkeer naar werk is echter niet mogelijk zonder dat er ook naar het collectieve aspect wordt gekeken, met inbegrip van de aspecten inzake werkorganisatie.

 

In dit advies doet de Raad een aantal eerste constateringen en formuleert hij algemene beschouwingen (factoren waaraan voldaan moet zijn om te kunnen spreken van een geslaagde terugkeer naar werk, rol van de socialezekerheidsinstellingen en aandachtspunten voor de socialezekerheidssectoren, belang van een vroegtijdig optreden zonder dat het voorbarig is, betere en gemakkelijkere samenwerking en communicatie tussen alle betrokken geneesheren).

 

Wat het arbeidsrecht betreft, moet volgens de Raad rechtszekerheid worden geboden aan alle betrokken partijen en moet worden nagedacht over het wegwerken van de obstakels voor de terugkeer naar werk en over flankerende elementen om een stimulerend klimaat te creëren; de bestaande arbeidsrechtelijke wetgeving mag echter niet complex worden gemaakt en ook mogen de administratieve lasten niet worden verzwaard. Zo heeft hij drie hypothesen aangegeven, waarvoor hij concrete voorstellen doet:

 

de werknemer met een gezondheidsprobleem kan zich vinden in een geleidelijke hervatting, met het oog op een hervatting van het overeengekomen werk;

 

het staat medisch vast dat de werknemer definitief ongeschikt is om het overeengekomen werk te verrichten of de werknemer is langdurig arbeidsongeschikt en er zijn aanwijzingen
   dat het om een definitieve ongeschiktheid zou gaan;

  

de bijzondere gezondheidstoestanden en de fluctuerende gezondheidstoestanden.

 

Ten slotte formuleert de Raad enkele beschouwingen over de organisatie van de toekomstige werkzaamheden van het platform en hij doet ook een aantal eerste aanbevelingen.

 

3. In navolging van het advies nr. 1.890 van 28 januari 2014 en het advies nr. 1.905 van 29 april 2014 heeft de Raad het advies nr. 1.925 uitgebracht over het systeem van de werkgeversgroepering. In dit advies spreekt de Raad zich uit over de verlenging van de geldigheidsduur van artikel 1 van het koninklijk besluit van 8 juli 2014 en over de problematiek van de btw-plicht voor de ondernemingen die lid zijn van de werkgeversgroepering.

 

 

 

 

 

Blijde Inkomstlaan, 17-21 - 1040 Brussel - Tel: 02 233 88 11 - Fax: 02 233 88 59 - E-mail: griffie@nar-cnt.be - Website: www.nar-cnt.be
Av. de la Joyeuse Entrée, 17-21 - 1040 Bruxelles - Tel: 02 233 88 11 - Fax: 02 233 88 59 - E-mail: greffe@cnt-nar.be - Website: www.cnt-nar.be